Praktisch leiddinggeven op de werkvloer is heel anders. Of toch niet?

Als leidinggevende bevind je je altijd in het spanningsveld van:

  • Wat kunnen je mensen?
  • Wat willen je mensen?
  • In hoeverre weten ze dat?
  • Wat wil jij als operationeel leidinggevende?

Leidinggeven is niet makkelijk. Het is topsport als het gaat om het managen van medewerkers op de werkvloer. Geen enkel mens is hetzelfde. Gelukkig maar, want anders zou het een saaie boel zijn, maar het daagt je als praktsich leidinggevende wel uit. Veel mensen doen immers graag hetgeen ze op dat moment het beste lijkt. Soms doen ze niet wat in het belang is van het bedrijf of de afdeling. Dat vereist een persoonlijke aanpak. In de praktijk proberen veel leidinggevenden iedereen gelijk te behandelen, maar is dat de juiste aanpak? Nee, dat is het niet.

Er zijn twee basisregels die je als leidinggevende kunt hanteren waardoor je succesvoller kunt worden op het gebied van leidinggeven.

  • Houd je rekening met de persoon en de emoties van je werknemer? (aandacht geven een de taak)
  • Houd je er rekening mee hoe goed jouw medewerker is in wat hij moet laten zien? (aandacht geven aan de mens)

Als leidinggevende moet je iedere situatie apart benaderen om succesvol te zijn. Deze aanpak wordt ook wel situationeel leidinggeven genoemd, heel logisch eigenlijk. Het komt er op neer dat je per situatie bekijkt welke aanpak het beste past.

De vier vormen van situationeel leiderschap

  1. Directief
  2. Overtuigend/coachend
  3. Participerend
  4. Delegerend.

Welke stijl het beste past hangt af van van de mate waarin de medewerker zijn taak/functie succesvol uitoefent en de mate waarin de relatie met de medewerker van aandacht nodig heeft. Oftewel moet ik meer taakgericht of meer persoonsgericht leidinggeven?

Bij situationeel leidinggeven benadert een leidinggevende zijn werknemers met succes als hij per situatie zijn stijl aanpast. Maximaal resultaat is het doel!.Als de leidinggevende zijn gedrag aanpast naar het gedrag van de werknemers door middel van observatie, dan is de kans dat het voor de leidinggevende positief uitpakt groot

Vormen van leiderschap:

De vormen zijn gebaseerd op de mate van sturing en ondersteuning:

  • Directieve: een instruerende methode met veel sturing en weinig ondersteuning.
  • Overtuigende: een coachende methode met zowel veel sturing als ondersteuning.
  • Participerende: een methode met veel overleg en ondersteuning, maar weinig sturing
  • Delegerende: een overdragende methode met weinig sturing en ondersteuning

Volgens Paul Hersey en Ken Blanchard is er geen ‘beste’ manier. Dat zou namelijk ook het fundament onder het situationele aspect wegnemen. Zoals eerder genoemd, is de keuze voor een stijl afhankelijk van het waarneembare gedrag van de werknemer.

Wil je hier meer over weten? Of wil je weten hoe je dit kan toepassen op jouw werkzaamheden? Neem contact op met FairField Training & Coaching.

Meer nieuws

Lees nog meer van onze nieuws artikelen: